Weekmenu's op maat

Start vandaag

Start met je eerste weekmenu

Wat is je doelstelling?

De BMI is een beperkte maatstaf: ontdek 5 betere meetmethodes

Gezondheid

De BMI is een veelgebruikte methode om te bepalen of je een “goed” gewicht hebt. Als je niet tussen de standaardwaarden zit ben je niet gezond. Dit heeft tot gevolg dat veel mensen, waaronder ook jongeren en zelfs kinderen, willen afvallen om zich te meten met de “ideale" maten. Het merendeel van de bevolking blijft meestal met het schaamrood op de wangen achter, na het berekenen van zijn of haar BMI. Wie wel de “juiste” waarden heeft denkt zich nergens zorgen over te moeten maken. Deze gedachtegang is uiteraard niet juist. De BMI is een overschatte en erg beperkte maatstaf voor het meten van onze gezondheid. Ontdek 5 betere manieren om de risico’s van overgewicht en de status van je gezondheid te bepalen.

Wat is de BMI? 

BMI staat voor Body Mass Index en werd ongeveer 200 jaar geleden bedacht door de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet. Daarom kennen we deze ook als de Queteletindex. Deze index bepaalt of je een gezond gewicht hebt in verhouding tot je lengte.

BMI berekenen

De formule is erg eenvoudig en maakt het makkelijk om zelf je BMI te berekenen. Het enige dat je nodig hebt is je gewicht en lengte en een rekenmachine. 

Je BMI bereken je door je gewicht (in kg) te delen door je lengte (in meter) in het kwadraat. 

BMI= gewicht (kg) / (lengte (m) x lengte (m))

Dus als je 65 kilo weegt en je bent 1,70 meter lang, dan bereken je dit als volgt: 65 kilo / (1,70 x 1,70 meter) = 22,5.

Wat is een gezond BMI?

Voor volwassenen tussen de 19 en 69 jaar is een BMI tussen 18,5 en 25 ideaal. Deze personen zouden geen gezondheidsrisico’s hebben gerelateerd aan hun gewicht. 

Vanaf een BMI van 25 spreken we van overgewicht. En vanaf 30 zelfs van obesitas. 
Overgewicht en obesitas zijn gerelateerd aan ziekten zoals diabetes type 2 (suikerziekte), hoge bloeddruk, galstenen, hart- en vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten, slaapapneu en zelfs aan bepaalde soorten kanker.

Een BMI lager dan 18,5 wijst op ondergewicht, wat een risicofactor is voor ondervoeding. Wie ondervoed is neemt te weinig voedingsstoffen op. Hierdoor vermindert de weerstand en neemt de kans om ziek te worden toe. Door het tekort aan voedingsstoffen voelen deze personen zich vaak lusteloos en moe. 

Waarom is de BMI slechts een beperkte maatstaf? 

De BMI is niet volledig zinloos. Onderzoek toont aan de hand van de BMI aan dat bevolkingsgroepen door de jaren heen steeds "dikker" worden. Dat kan interessant zijn om te volgen. En wie een BMI heeft van 35 mag ervan uitgaan dat hij of zij te zwaar is. Maar te veel waarde hechten aan de heilige grens van 25 voor je gezondheid heeft niet veel zin, zeker niet voor bepaalde bevolkingsgroepen. 

Het ontstaan van de BMI

De Queteletindex werd 200 jaar geleden niet eens ontworpen om de gezondheid van een individu te bepalen. Het was een manier om de karakteristieken van een populatie in kaart te brengen. De bevolkingsgroep die hiervoor gebruikt werd waren blanke West-Europese mannen. Dit zorgt dus voor meerdere problemen.

Enerzijds kunnen resultaten over een bevolkingsgroep statistisch gezien niet zomaar gebruikt worden voor een individu. En de index zegt dus al helemaal niets over andere bevolkingsgroepen, zoals bijvoorbeeld vrouwen en mensen met een andere herkomst. Anderzijds is het bepalen van je gezondheid aan de hand van je gewicht en de hoeveelheid vet in je lichaam te kortzichtig. 

Hiermee zeggen we niet dat overgewicht (of ondergewicht) geen risico’s met zich meebrengt. Integendeel. De gezondheidsrisico’s van overgewicht zijn hierboven vermeld en zeker ernstig. Maar de volledige waarheid is veel genuanceerder. 

Een voorbeeld:

Beeld je even twee personen in. Persoon A heeft een BMI van 27, overgewicht dus. Hij eet echter heel gezond, mediteert elke dag, gaat 3x per week naar de sportschool en gaat al lachend door het leven. Persoon B heeft een perfect BMI van 22. Maar deze persoon leeft op fastfood (zonder er dik van te worden dus), heeft hierdoor allerlei verteringsproblemen en is ontevreden met zijn baan. Je kan al raden wie van de twee waarschijnlijk het gezondste is. 

Het gewicht van een persoon hangt vaak, maar niet per definitie, af van een gezonde levensstijl. Er zijn nog andere voorbeelden van specifieke groepen voor wie de BMI geen zinnige methode is: 

Atleten

Als je een erg gespierde atleet bent is de kans groot dat je BMI te hoog is. In dit geval is het dan ook onzinnig om deze sporters als ongezond te bestempelen. 

Een andere keerzijde van fanatieke sporters met een “juist” BMI is dat ze er vaak gezond uitzien, maar soms toch erg ongezond eten. Ze stoppen zich bijvoorbeeld vol met suikerrijke sportdranken en belonen zich in het weekend rijkelijk met alcohol. Hierdoor kunnen zij toch insulineresistentie ontwikkelen. Zijn deze personen gezond? 

Zwangere vrouwen

Een vrouw die zwanger is ziet haar lichaam veranderen. Uiteraard is er het gewicht van de baby en daarnaast houdt een zwangere vrouw vaak meer vocht en vet vast dan voorheen. Dit is allemaal heel natuurlijk en de maatstaf van BMI kan hier dan ook niet gebruikt worden. Ook na de zwangerschap bij het geven van borstvoeding is het gebruik van de BMI onzinnig. Een vrouwenlichaam moet eerst de tijd krijgen om op een natuurlijke manier weer in balans te komen. 

Ondervoeding

Bij ondervoeding denk je meteen aan magere mensen. Helaas treedt ondervoeding steeds meer op bij personen met een normaal BMI. In het rijke westen zijn veel mensen namelijk “overfed and undernourished”. We eten (te) veel, maar omdat we ongezond eten krijgen we toch niet alle benodigde voedingsstoffen binnen. 

Zo heeft het merendeel van de Nederlanders, ongeacht hum BMI, een tekort aan vitamine D, omega 3, ijzer, magnesium en zink. 

5 betere manieren om je gezondheid te beoordelen

Het ultieme doel van de BMI is dus niet om je onder- of overgewicht vast te stellen. Het is een methode om een schatting te maken voor eventuele risico’s voor je gezondheid. Hiervoor zijn er echter betere alternatieven: 

1. Je vetpercentage

Je BMI zegt niets over de samenstelling van je gewicht. Om dit op te lossen kan je je vetpercentage meten. Dit kan eenvoudig met een moderne weegschaal of bij een gezondheidsprofessional door middel van huidplooimetingen. 

Je vetpercentage geeft al veel meer informatie dan je BMI. Een gezond vetpercentage voor mannen is tussen de 14 en 17%. Voor vrouwen liggen de waarden iets hoger: 21-24%. 

Het vetpercentage houdt dus rekening met de spier- en vetmassa en het maakt ook onderscheid in geslacht. 

2. Je middelomtrek

Het algehele vetpercentage zegt helaas ook niets over de verdeling van dit vet over je lichaam. Het is bewezen dat het vooral de hoeveelheid buikvet of visceraal vet is dat nadelig is voor de gezondheid. De hoeveelheid onderhuids vet is veel minder gecorreleerd met die ziektebeelden. 

Sommige weegschalen geven je daarom de verdeling van je vet. Maar je kan ook zelf je middelomtrek meten. Dit doe je eenvoudigweg met een lintmeter. 

Je moet er wel op letten dat je dit doet met de juiste meettechniek. Officieel moet je meten halverwege het laagste punt van de onderste rib en de bovenvoorzijde van de bekkenkam. Je neemt de meting na een normale uitademing, zonder dat de meter druk uitoefent op de huid.

Een gezonde buikomtrek voor mannen is lager dan 94 cm. Voor vrouwen is dit lager dan 80 cm. 

3. Bloedwaarden

Het meten van gewicht, spier- en vetweefsel vormt maar een klein onderdeel om de risico’s van overgewicht in kaart te brengen. Je bloedwaarden geven nog veel meer informatie prijs. Denk maar een het tryglyceridengehalte, je bloedsuikerspiegel en insulinewaarden. Deze waarden zijn meer doorslaggevend in het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en diabetes. 

En uiteraard geven bloedwaarden je nog veel meer informatie over je algehele gezondheid. Zo kunnen je vitaminen en mineralen gemeten worden en kan er een balans van je hormonen opgemaakt worden. Een juiste interpretatie van je arts is hierbij erg belangrijk. 

4. De spiegel 

Soms schieten standaardmetingen tekort. Niet alles kan gemeten worden. Misschien zijn al jouw indicatoren wel prima in orde en ben je op papier kerngezond, maar toch voel je je niet zo. Kijk dan eens letterlijk in de spiegel en wees kritisch naar jezelf. Misschien val je officieel net binnen de goede waarden, maar is er van gezondheid geen sprake. Kijk eens grondig naar je houding, je huid en je gelaatsuitdrukking. Diep van binnen voel je dan wel of je echt gezond bezig bent of niet. 

5. Je eigen lichaamsbeeld

Volgens de definitie van de WHO uit 1948 is gezondheid een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte. Als jij je niet goed in je vel voelt, ongeacht wat alle metingen je vertellen, dan is het belangrijk in de mentale spiegel te kijken. Neem de tijd om naar jezelf te luisteren en na te gaan hoe jij jouw situatie kan verbeteren. 

De impact van sociale media is enorm. We worden geconfronteerd met perfecte lichamen en hebben moeite met het aanvaarden van onze imperfecties. Sommige mensen zien er prima uit en hebben een normaal gewicht, vetpercentage en buikomtrek. Maar ze voelen zich te dik. 

Deze mentale stress heeft soms een grotere impact op de gezondheid dan de daadwerkelijke overtollige kilo’s bij iemand die wel overgewicht heeft. Zelfliefde hoef je niet te meten, dat dien je te voelen.