Weekmenu's op maat!

Weekmenu's op maat!

Wat is je doelstelling?

BMI berekenen formule voor mannen en vrouwen!

Gezondheid

De BMI is een veelgebruikte methode om te bepalen of je een normaal gewicht hebt. Als je niet tussen de standaardwaarden zit ben je “niet gezond”. Het merendeel van de bevolking blijft meestal met het schaamrood op de wangen achter, na het berekenen van zijn of haar BMI. Dit heeft tot gevolg dat veel mensen willen afvallen om zich te meten met de “ideale" maten. Wie wel de “juiste” waarden heeft, denkt zich nergens zorgen over te moeten maken. Ontdek in deze blog hoe je zowel als man of vrouw je BMI kunt berekenen.

Wat is de BMI? 

BMI staat voor Body Mass Index en werd ongeveer 200 jaar geleden bedacht door de Belgische wiskundige Adolphe Quetelet. Daarom kennen we deze ook als de Queteletindex. Deze index bepaalt op een eenvoudige manier of je een gezond gewicht hebt in verhouding tot je lengte. 

Wat is een gezond BMI?

Voor volwassenen tussen de 19 en 69 jaar is een BMI tussen 18,5 en 25 ideaal. Deze personen hebben gemiddeld genomen minder gezondheidsrisico’s gerelateerd aan hun gewicht. 

Gezond BMI vrouw

De BMI index geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Maar voor zwangere vrouwen is de index minder bruikbaar. Je gewicht zal tijdens de zwangerschap namelijk toenemen, maar dat heeft niets te maken met overgewicht

Daarnaast zijn er ook veel verschillende lichaamstypes. Als je heel veel vrouwelijke rondingen hebt en je hebt bijvoorbeeld brede heupen en een zware boezem, maar geen dikke buik, dan zal je BMI mogelijk aan de hoge kant zijn zonder dat dit iets zegt over je gezondheid. 

Gezond BMI man

Ook voor mannen wordt dus dezelfde index gebruikt. Mannen hebben meer spieren dan vrouwen, maar minder vet. Dus dat compenseert dan weer. Voor de gemiddelde man is de BMI een bruikbare maatstaf, maar voor een erg gespierde atleet met een hoge BMI is de index niet zo zinvol. 

De risico's van een ongezonde BMI

Vanaf een BMI hoger dan 25 spreken we van overgewicht. En vanaf 30 zelfs van obesitas. 

Overgewicht en obesitas zijn gerelateerd aan ziekten zoals diabetes type 2 (suikerziekte), hoge bloeddruk, galstenen, hart- en vaatziekten, rug- en gewrichtsklachten, slaapapneu en zelfs aan bepaalde soorten kanker.

Een BMI lager dan 18,5 wijst op ondergewicht, wat een risicofactor is voor ondervoeding. Wie ondervoed is neemt te weinig voedingsstoffen op. Hierdoor vermindert de weerstand en neemt de kans om ziek te worden toe. Door het tekort aan voedingsstoffen voelen deze personen zich vaak lusteloos en moe

Hoe bereken je je BMI? 

Het is erg makkelijk om zelf je BMI te berekenen. Het enige dat je nodig hebt, is je gewicht en lengte en een rekenmachine. 

BMI berekenen formule: 

Je BMI bereken je door je gewicht (in kg) te delen door je lengte (in meter) in het kwadraat. 

BMI= gewicht (kg) / (lengte (m) x lengte (m))

Dus als je 65 kilo weegt en je bent 1,70 meter lang, dan bereken je dit als volgt: 65 kilo / (1,70 x 1,70 meter) = 22,5.

Voor alle duidelijkheid: De BMI berekenen voor een vrouw is hetzelfde als de BMI berekenen voor mannen tussen 19 en 69 jaar.  

BMI berekenen voor ouderen

De berekening voor ouderen blijft ook hetzelfde. Maar de grenswaarden van de index zijn net iets anders. Uit onderzoek blijkt dat ouderen pas bij een hogere BMI score een groter risico hebben op allerlei ziektes. Als je ouder bent is het dus normaal om iets meer te wegen. Maar het verschil is niet groot. Vanaf 70 jaar geldt: 

  • < 22: ondergewicht
  • 22-28: gezond gewicht
  • 28-30: overgewicht
  • >30: ernstig overgewicht/obesitas 

Nadelen van BMI en alternatieven

De BMI is een handige eerste methode om te kijken hoe je ervoor staat met je gewicht. Maar omdat er zoveel uitzonderingen op zijn, is de bruikbaarheid voor individuen vrij beperkt. Eigenlijk is de BMI nuttiger als meetmethode voor een hele bevolkingsgroep. En dat heeft alles te maken met het oorspronkelijke ontwerp van deze index. 

Het ontstaan van de BMI

De Queteletindex werd 200 jaar geleden ontworpen om de gemiddelde gezondheid van een populatie in kaart te brengen. De bevolkingsgroep die hiervoor gebruikt werd waren blanke West-Europese mannen. Dit zorgt nu voor meerdere problemen.

Enerzijds kunnen resultaten over een bevolkingsgroep statistisch gezien niet zomaar gebruikt worden voor een individu. En de index zegt dus al helemaal niets over andere bevolkingsgroepen, zoals bijvoorbeeld vrouwen en mensen met een andere herkomst. Anderzijds is het bepalen van je gezondheid aan de hand van je gewicht en de hoeveelheid vet in je lichaam te kortzichtig. 

Hiermee zeggen we niet dat overgewicht (of ondergewicht) geen risico’s met zich meebrengt. Integendeel. De gezondheidsrisico’s van overgewicht zijn zeker ernstig. Maar de volledige waarheid is veel genuanceerder. 

Een voorbeeld:

Beeld je even twee personen in. Persoon A heeft een BMI van 27, overgewicht dus. Hij eet echter heel gezond, mediteert elke dag, gaat 3x per week naar de sportschool en gaat al lachend door het leven. Persoon B heeft een perfect BMI van 22. Maar deze persoon leeft op fastfood (zonder er dik van te worden dus), heeft hierdoor allerlei verteringsproblemen en is ontevreden met zijn baan. Je kan al raden wie van de twee waarschijnlijk het meest gezond is. 

De gezondheid van een individu hangt vaak, maar niet per definitie, af van zijn of haar gewicht. Er zijn nog andere voorbeelden van specifieke groepen voor wie de BMI geen zinnige methode is: 

Atleten

Als je een erg gespierde atleet bent is de kans groot dat je BMI te hoog is. In dit geval is het dan ook onzinnig om deze sporters als ongezond te bestempelen. 

Een andere keerzijde van fanatieke sporters met een “juist” BMI is dat ze er vaak gezond uitzien, maar soms toch erg ongezond eten. Ze stoppen zich bijvoorbeeld vol met suikerrijke sportdranken en belonen zich in het weekend rijkelijk met alcohol. Hierdoor kunnen zij toch insulineresistentie ontwikkelen. 

Zwangere vrouwen

Een vrouw die zwanger is ziet haar lichaam veranderen. Uiteraard is er het gewicht van de baby en het vruchtwater en daarnaast houdt een zwangere vrouw vaak meer vocht en vet vast dan voorheen.

Dit is allemaal heel natuurlijk en de maatstaf van BMI kan hier dan ook niet gebruikt worden. Ook na de zwangerschap bij het geven van borstvoeding is het gebruik van de BMI onzinnig. Een vrouwenlichaam moet eerst de tijd krijgen om op een natuurlijke manier weer in balans te komen. 

Ondervoeding

Bij ondervoeding denk je meteen aan magere mensen. Helaas treedt ondervoeding steeds meer op bij personen met een normaal BMI. In het rijke westen zijn veel mensen namelijk “overfed and undernourished”. We eten (te) veel, maar omdat we ongezond eten krijgen we toch niet alle benodigde voedingsstoffen binnen. 

Zo heeft het merendeel van de Nederlanders, ongeacht hun BMI, een tekort aan vitamine D, omega 3, ijzer, magnesium en zink. 

Anderzijds zijn er mensen die van nature erg mager zijn, maar dankzij een gezonde levensstijl wel ideale bloedwaarden hebben. 

5 betere manieren om je gezondheid te beoordelen

Het ultieme doel van de BMI is dus niet om onder- of overgewicht vast te stellen. Het is een methode om een schatting te maken voor eventuele risico’s voor je gezondheid. Hiervoor zijn er echter betere alternatieven: 

1. Je vetpercentage

Je BMI zegt niets over de samenstelling van je gewicht. Om dit op te lossen kan je je vetpercentage meten. Dit kan eenvoudig met een moderne weegschaal of bij een gezondheidsprofessional door middel van huidplooimetingen. 

Je vetpercentage geeft meer informatie dan je BMI. Een gezond vetpercentage voor mannen is tussen de 14 en 17%. Voor vrouwen liggen de waarden iets hoger: 21-24%. 
Het vetpercentage houdt dus wel rekening met de spier- en vetmassa en het maakt ook onderscheid in geslacht. 

2. Je middelomtrek

Het algehele vetpercentage zegt helaas niets over de verdeling van dit vet over je lichaam. Het is bewezen dat het vooral de hoeveelheid visceraal vet is dat nadelig is voor de gezondheid. De hoeveelheid onderhuids vet is veel minder gecorreleerd aan ziektebeelden. 

Sommige weegschalen geven je daarom de verdeling van je vet en een score voor visceraal vet. Maar je kan ook zelf de omtrek van je middel meten. Dit doe je eenvoudigweg met een lintmeter. 

Je moet er wel op letten dat je dit doet met de juiste meettechniek. Officieel moet je meten halverwege het laagste punt van de onderste rib en de bovenvoorzijde van de bekkenkam. Je neemt de meting na een normale uitademing, zonder dat de meter druk uitoefent op de huid.
Een gezonde buikomtrek voor mannen is lager dan 94 cm. Voor vrouwen is dit lager dan 80 cm. 

3. Bloedwaarden

Je gewicht, spier- en vetweefsel zijn slechts in relatief beperkte mate bepalend voor je gezondheid. Je bloedwaarden geven nog veel meer informatie prijs. Denk maar aan het tryglyceridengehalte, je bloedsuikerspiegel en insulinewaarden. Deze waarden zijn meer doorslaggevend in het ontwikkelen van hart- en vaatziekten en diabetes. 

En uiteraard geven bloedwaarden je nog veel meer informatie over je algehele gezondheid. Zo kunnen je vitaminen en mineralen gemeten worden en kan er een balans van je hormonen opgemaakt worden. Een juiste interpretatie van je arts is hierbij erg belangrijk. 

4. De spiegel 

Niet alles kan gemeten worden of uitgedrukt worden in cijfers. Misschien zijn al jouw indicatoren wel prima in orde en ben je op papier kerngezond, maar toch voel je je niet zo. Kijk dan eens letterlijk in de spiegel en wees kritisch naar jezelf. Misschien val je officieel net binnen de goede waarden, maar is er van gezondheid geen sprake. Kijk eens grondig naar je lichaamshouding, je huid, je haar en je nagels. Deze weerspiegelen je interne gezondheid en kunnen zo eventuele problemen blootleggen.

5. Je eigen lichaamsbeeld

Volgens de definitie van de WHO uit 1948 is gezondheid een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden en niet louter het ontbreken van ziekte. Als jij je niet goed in je vel voelt, ongeacht wat alle metingen je vertellen, dan is het belangrijk in de mentale spiegel te kijken. Neem de tijd om naar jezelf te luisteren en na te gaan hoe jij jouw situatie kan verbeteren. 

De impact van sociale media is enorm. We worden geconfronteerd met perfecte lichamen en hebben moeite met het aanvaarden van onze imperfecties. Sommige mensen zien er prima uit en hebben een normaal gewicht, vetpercentage en buikomtrek. Maar ze voelen zich te dik of lelijk.

Deze mentale stress heeft soms een grotere impact op de gezondheid dan de daadwerkelijke overtollige kilo’s bij iemand die wel overgewicht heeft. Zelfliefde hoef je niet te meten, dat dien je te voelen.